24 apil 2010
-gesproken woord geldt-
Dames en heren, Beste vrienden,
Daar sta ik weer, in die vertrouwde, volgepakte Haagse Hogeschool. En ik ben weer vereerd u vandaag toe te mogen spreken. Ik vind zo´n aankondiging nog altijd een beetje pijnlijk klinken, ´voormalig minister voor ontwikkelingssamenwerking´. Want Minister voor Ontwikkelingssamenwerking is toch de mooiste baan die er is. Ik heb het met enorme voldoening en plezier gedaan. En tsja, juist in het vierde jaar was er zoveel mogelijk EN NODIG: Uitvoering geven aan onze moderniseringen op het terrein van groei en verdeling om werk te scheppen in de armste landen, effectief werken aan verminderen van moedersterfte en het geweld tegen vrouwen, doorgaan met de hondsmoeilijke uitvoering van duurzame energieprojecten als motor van investeringen in Centraal-Afrika, onze nek uitsteken voor de bevolking in fragiele staten die juist in de eerste jaren na een conflict kans op duurzame vrede hebben (of: de kansen zijn voor jaren verkeken). Kortom alles op alles zetten om de 4 prioriteiten waar ik me toe beperkt had -en je moet nooit verder springen dan je polsstok lang is- verder te concretiseren en te katalyseren. Want dat is ontwikkelingssamenwerking in de kern: Katalyseren wat mensen in ontwikkelingslanden ZELF vermogen, niet meer en niet minder; bescheiden, het paternalisme al lang voorbij, maar wel essentieel en onontbeerlijk. Ontwikkelingsamenwerking is een vak, waar iedereen bij nodig is en de uitvoering telt. En daar schort wat mij betreft nog veel te veel aan. Moderniseren, uit het schuttersputje met nieuwe partners hier en in ontwikkelingslanden, landen -en contextspecifiek uitvoeren, nationaal en vooral internationaal- wat we in de afgelopen jaren hebben afgesproken, daar was het mij in het vierde jaar vooral om te doen geweest. Dat is vaak minder sexy dan de mooie en grote verhalen of rapporten, of het uiten van goede bedoelingen maar het is essentieel precisiewerk voor het succes van investeringen in landen waar eigenlijk niemand anders meer wil zitten. Congo, Burundi, Afghanistan, Guatemala, Mozambique, opgeklauterd na jaren burgeroorlog.
Maar: genoeg getreurd, zo werkt de democratie en dat is maar goed ook, de PvdA heeft haar rug recht gehouden, haar keuze gemaakt en voor ons allemaal is er veel werk aan de winkel om de verkiezingen in te gaan met een nieuwe alliantie van burgers, bedrijven en instellingen om internationale samenwerking te moderniseren EN te versterken. De Afrikadag van de EVS is daarom ook zo’n perfecte dag: We zijn hier vandaag bijeen met een groep gemotiveerde Nederlanders en Afrikanen, jong en oud, bekend en minder bekend. Met gewone burgers, jongeren, sporters, jawel, in het jaar van het Afrikaanse WK voetbal, met wetenschappers ook,en muzikanten. Met ‘ usual-’ en ‘ unusual suspects’ . Mensen die thuis voldoende zaken hebben om zich druk over te maken, maar die ook bezig zijn met de wereld. Met voedsel, klimaat, conflict en armoede. Mensen ,kortom, die zich ervan bewust zijn dat deze onderwerpen allesbehalve ver-van-ons-bed zijn! Wat mij betreft zijn we hier met een goede reden. Vandaag, met mensen van diverse politieke groeperingen, van GL en SP tot CDA en D66, en allen die nog niet weten wat ze op 9 Juni gaan doen, hebben we de kans onze krachten te bundelen. Ik wil dat graag met al die PvdA-ers doen: De strijd aanbinden met armoede wereldwijd. Om-alles-op-alles te zetten om de Millennium Ontwikkelingsdoelen te bereiken. Maar ook om luid en duidelijk te maken dat wij ons realiseren dat we niet op een eiland wonen.
Dat we ons in deze tijd van globalisering niet veilig kunnen terugtrekken achter de dijken. Dat we begrip hebben voor de verliezers van globalisering wereldwijd, en dus ook in Nederland. Mensen die vaak scepsis voelen bij ontwikkelingssamenwerking. Die mensen horen ook bij ons, ontwikkelingssamenwerking IS geen linkse hobby. Die scepsis serieus nemen, de modernisering verder brengen, maar ook wegblijven van slogans en cynisme, waar we in Nederland wel erg sterk in zijn geworden. Zoals U van mij weet ben ik een constructieve criticaster van ons eigen ontwikkelingsveld- niemand uitgezonderd, inclusief ikzelf- maar dat is wel even wat anders dan de goedkope weg-met-ons-mentaliteit daar waar we internationaal en in ontwikkelingslanden steevast worden gezien als een land met een van de meest effectieve ontwikkelingsinspanningen ter wereld. Dat is bezopen :Juist hier zou moeten gelden: Trots op Nederland.
Zo’n alliantie van burgers is broodnodig, JUIST NU in een tijd dat de PVV en de VVD kiezen voor snoeiharde bezuinigingen, arm in Nederland en in de wereld op een beangstigende manier tegen elkaar uitspelen, en dat in een tijd dat opnieuw in 2009 de bonussen die de banken internationaal uitkeren –zelfs na de crisis -MIND YOU, HET IS EEN GOTSPE- 145 miljard $ bedragen. Dat is meer dan de totale ontwikkelingssamenwerking wereldwijd. Hoezo, ontwikkelingssamenwerking een linkse hobby? Sinds wanneer komt een Nederlander pas in actie als de cholera in Wassenaar belandt?
Ontwikkelingssamenwerking is naar mijn diepe overtuiging belangrijker dan ooit voor ALLE Nederlanders door de partijen heen; onontkoombaar in een tijd van financieel economische crisis, waar de armen part noch deel aan hadden; het ging hen juist een beetje beter, de duurzame groei ging vooruit ook in vele delen van Afrika, maar bleek te kwetsbaar om de crisis van het casinokapitalisme te weerstaan. De prijs: Geen 145 miljard aan bonussen, maar miljarden minder investeringen en exportinkomsten en een miljoenentoename van het aantal allerarmsten in de wereld die te kwetsbaar bleken om deze slag te weerstaan. Deze armoede en de schaarste aan energie, voedsel en milieugebruiksruimte als DE UITDAGINGEN van deze tijd, voor ALLE Nederlanders en alle wereldburgers zou ik willen zeggen, kan alleen eerlijk worden verdeeld als ook op die terreinen het credo geldt van de sterkste schouders en de zwaarste lasten dragen. Dat is niet alleen een zaak van moraliteit en solidariteit, maar ook een zaak van verlicht eigenbelang. Wie de Hoorn van Afrika vergeet moet niet gek opkijken als de problematiek van de wijken in den Haag en Almere verscherpt. Wie de miljard mensen aan de onderkant vergeet, moet niet opkijken als ons eigen land in de moeilijkheden komt. Wie zich terugtrekt achter dijken, moet niet verbaasd staan dat we als internationaal gericht land enorme kansen laten liggen. Elke econoom weet dat de meest duurzame groei nu in de ontwikkelingslanden tot stand kan komen. Dat is essentieel voor de wereld en kunnen we mogelijk maken door eerlijker handel, eerlijker monetaire verhoudingen, een sociaal contract over de grenzen heen, en een buitenlandse politiek die de rest van de wereld niet buitensluit. Globalisering met een menselijk gezicht is niet die van drugs en wapensmokkel, terreur en vrouwenhandel, maar die van duurzame investeringen,technologieoverdracht en effectieve ontwikkelingssamenwerking. Het is ook niet de Globalisering van de Washington-Consensus en de uitgedijde financiële sector in New York, Londen of Amsterdam, maar wel die van een nieuw evenwicht tussen staat, markt en civiele samenleving. Van coherentie, zoals dat zo mooi heet. Of in de taal van de EVS: Fair politics.
De afgelopen drie jaar heb ik u steeds gezegd dat de EVS Afrikadag voelt als thuiskomen. Dit jaar zelfs een stuk meer ontspannen thuiskomen dan de vorige drie jaar, omdat ik me niet meteen na de openingsspeech naar Schiphol moet haasten, om naar Washington te gaan voor de Wereldbank conferentie. Tsja, ´ieder nadeel hep zn voordeel´ zoals ’s lands grootste filosoof al constateerde.
Toch is het jammer niet naar Washington te gaan.
De wereld staat nu voor tektonische veranderingen die te maken hebben met de grote vragen van financiële crisis, fair politics en snel veranderende economische en politieke machtsverhoudingen. Ik heb dat ook gezien in Kopenhagen waar de klimaatconferentie veel te weinig heeft opgebracht vanwege slecht onderhandelen, de complexiteit van het proces en de problemen, maar ook de machtsverschillen en tegenstellingen. We moeten dieper graven en gaan.
De financieel economische crisis voltrok zich na vele jaren van deregulering en een ongeremd geloof in de vrije markt. Deze combinatie heeft onze traditionele manieren van overleg en verantwoording aangetast. Het resultaat is dat consumenten en investeerders macht hebben gewonnen ten koste van burgers. En internationaal overleg te vrijblijvend was waarbij grote delen van de armste wereld niet vertegenwoordigd zijn. Als de geschiedenis van de afgelopen twee jaar ons iets geleerd heeft dan is het wel dat een effectief multilateraal systeem inclusief moet zijn om effectief te kunnen zijn. Als er de afgelopen tijd een moment is geweest waarop echt leiderschap nodig is geweest, dan is het NU.
Gelukkig is de wereld in de afgelopen jaren niet teruggevallen in het beleid van de jaren 30; er zijn meer kansen dan ooit voor effectief multilateralisme, en hervormingen in Wereldbank,IMF en VN, maar voor je het weet gaan we terug naar ‘bussiness as usual’, terwijl de crisis doordendert in vele van de armste landen en we de keuze niet echt hebben gemaakt: Lijkt de wereld op die van gisteren, of gaan we een rechtvaardiger en duurzamer toekomst tegemoet? Voor mij is een terugkeer naar vroegere tijden niet aanvaardbaar. Omdat zij heeft geleid tot deze crisis, maar ook omdat zij geen enkel perspectief biedt op het oplossen van andere,grotere uitdagingen waarvoor wij ons gesteld zien:armoede, conflict, voedsel en klimaat. Die vraagstukken zijn onderling nauw verbonden. Als we doorgaan met bussiness-as-usual en de economie terugkeert op het eerdere pad -en daar zijn veel aanwijzingen voor- dan is de groene en duurzame kans niet gegrepen en is de volgende voedselcrisis in zicht die vooral ten koste gaat van de armsten in de wereld. Dat zou een schande zijn als met goed beleid hier en daar, met sociaal ondernemerschap hier en daar, zoveel mensen uit de armoede kunnen worden getrokken.
Daarom was dat reisje naar Washington dus best belangrijk. En Nederland speelde daar zijn partijtje mee,een belangrijke ontwikkelingsspeler, vertrouwd door rijk en arm. Een positie die we moeten behouden. Beleid ten aanzien van coherentie en wat tegenwoordig nogal modieus internationaal publieke goederen heet -maar juist vooral nu private goederen blijken- is essentieel.
Coherentiebeleid internationaal -in EU handelsoverleg of tijdens Wereldbank toppen- is daarom ook zo belangrijk voor een Minister voor OS. Het kost je meer dan de helft van je tijd. Dan heb je goede makkers en gelijkgezinden nodig. Dat geldt ook voor coherentie nationaal: Met Frank Heemskerk heb ik veel kunnen doen op het gebied van duurzaam ondernemen in de armste landen en we zijn veel op pad geweest.
Een van mijn voormalige collega´s die het soms voor hun kiezen kregen van Kees Vendrik was diezelfde Frank Heemskerk. Kees was de motor in het parlement als het gaat om deze agenda. Hij en Frank zijn zojuist in het zonnetje gezet als ´the best of the rest´. En terecht. Ik had als minister voor Ontwikkelingssamenwerking een goede strijdmakker aan hen. Met Frank ben ik nog in Vietnam, Mozambique en Zuid Afrika geweest. Het was op deze reizen niet geheel duidelijk wie de koopman en wie de dominee was. Frank bepleitte maatschappelijk verantwoord ondernemen en ik besprak samen met de meegereisde zakendelegatie hoe ik hun het beste kon helpen hun investeringen te vergemakkelijken in nauwe samenwerking met locale partners en organisaties.
Ik heb de afgelopen drie jaar als minister kunnen ervaren dat er een ongelooflijke passie is in Nederland voor ontwikkelingssamenwerking. In de hele samenleving - van instellingen, via particulieren, naar bedrijven- zijn er initiatieven en ideeën. Als minister heb ik zoveel scholen en gemeentes bezocht die op hun eigen wijze bijdragen aan de ontwikkeling van Afrika. En na de ramp op Haïti bleek weer hoe groot de internationale solidariteit is in Nederland met mensen in een benarde positie. Ik krijg daar energie van. Net als dat ik energie krijg van de Afrikadag!
Ook het werk van de ontwikkelingsorganisaties heb ik zeer weten te waarderen. Hun passie en energie is gekoppeld aan professionaliteit waardoor de maatschappelijke organisaties een ongelooflijk belangrijke rol spelen binnen de ontwikkelingssamenwerking. Deze organisaties weten precies wat er lokaal speelt, ze leggen verbindingen en ze vertegenwoordigen door burgers gedragen ‘civic change’ en zijn een ‘driver for change’, zoals dat tegenwoordig zo mooi heet, als onafhankelijke tegenmacht. Ik heb ze hiervoor geprezen en zal ze er voor blijven prijzen.
Ik weet het, ‘de sector’, zoals het zo mooi genoemd wordt, wiens vertegenwoordigers vandaag gelukkig ook in grote getale aanwezig zijn, was het niet altijd met me eens. Als politiek eindverantwoordelijke voor ontwikkelingssamenwerking vond ik het noodzakelijk om bepaalde zaken aan de kaak te stellen en op scherp te zetten. En ja, ik heb het dus gehad over de ´hulpindustrie´, in het Ministerie, bij de multilaterale organisaties en bij onze eigen instellingen. Hiermee wilde ik aangeven dat er bepaalde eigenschappen in elke sector sluipen, die voor verbetering vatbaar zijn. Te vaak is de reactie vanuit de wereld van de ontwikkelingssamenwerking te defensief geweest op kritiek van binnen of buiten. Soms bekroop mij het gevoel dat al die mensen die zich hier in Nederland met ontwikkelingssamenwerking bezighielden wel erg veel tijd namen om elke kritische zin die ik uitsprak over de ontwikkelingsorganisaties te bestuderen. Er is nooit een ideaal subsidiestelsel, maar er mag wel wat gevraagd worden als het gaat om meer dan twee miljard financiering in de komende jaren. Geen cijferfetisjisme, wel minder versnippering,meer samenwerking, en meer evaluerend leren. Zo’n verandering gaat nooit zonder ‘au’. Maar we beginnen pas. Samen zullen organisaties en overheid er iets moois voor ontwikkeling uit kunnen creëren.
Tekstexegese past overigens in de beste traditie van de missionarissen. Allereerst beperkt dat het beleid van ontwikkelingssamenwerking tot subsidiebeleid, een onjuiste en gevaarlijke reducering van ons vak. Ontwikkelingssamenwerking is geen ‘beauty contest’ tussen verschillende financieringskanalen! Daarnaast vind ik een dergelijke reactie op kritiek echt te angstig. We moeten ons continue blijven verbeteren, en verbetering en vooruitgang komt voort uit kritiek. Wees kritisch! Wees niet bevreesd
Voor velen vandaag is het een belangrijke dag, ook dankzij uw werk:Een
belangrijke dag voor duizenden kinderen in Zuid Sudan die met Nederlandse steun hun geweer inruilen voor een studieboek.
Een belangrijke dag voor honderden boeren in el Alto, Bolivia, die met Nederlandse steun leren om meer en beter zuivel te produceren waardoor zij hun inkomen verhogen
Een belangrijke dag voor de vrouwen van het Heal Africa ziekenhuis in Goma die onbeschrijfelijk leed is aangedaan. Maar ook uitzonderlijk moedige vrouwen die te midden van alle ellende slachtoffers blijven helpen een nieuwe start te maken: Wederom: Met Nederlandse steun.
Ik sta hier vandaag voor U met gepaste bescheidenheid,gezien de uitdagingen waar we voor staan, maar vol zelfvertrouwen over nut, noodzaak en resultaten van OS. Zo leven er vandaag -in vergelijking met een kwarteeuw geleden- 500 miljoen mensen minder onder de armoedegrens; is het reëel inkomen in ontwikkelingslanden verdubbeld, en is de kindersterfte gehalveerd. Het afgelopen decennium is het aantal sterfgevallen als gevolg van mazelen in Afrika met 90 procent gedaald en zijn er 28 miljoen minder schoolverlaters in ontwikkelingslanden. Deze successen waren in heel veel gevallen niet mogelijk geweest zonder de katalyserende bijdrage van effectieve ontwikkelingssamenwerking.
In de afgelopen jaren is veel verbeterd om de ontwikkelingssamenwerking scherp te maken voor de 21e eeuw: Een nieuw bedrijfsleveninstrumentarium; veel meer aandacht voor de productieve sectoren met partners uit Schokland en middels millenniumakkoorden; een vernieuwd landbouw en OS programma, een nieuwe landenindeling; uitfasering van de eerder afgesproken hulp aan zeven landen inclusief Suriname; een ander medefinancieringsstelsel op basis van een dialoog met de sector; veel meer lokale verantwoording van de hulp in landen zelf; een fragiele statenbeleid en een kennisagenda met de Universiteiten in Nederland. Ik zou nog even door kunnen gaan.
We zijn er nog lang niet.
Nu gaat het erom dit type beleid inzet te maken voor de verkiezingen en een nieuwe alliantie voor ontwikkelingsmodernisering te vormen.
Maar: Meer ambitie moet gepaard gaan met precisie. Activisme met realisme en bescheidenheid.
Laat ik een viertal kernpunten noemen:
1.Ontwikkelingssamenwerking moet een politieke zaak blijven, en niet vertechnocratiseerd worden. Dat betekent niet dat effectiviteit niet voorop moet staan evenals de opbouw van professionals en kennis hier en daar. Daar is juist meer van nodig en dus wordt de moderniseringsagenda met nieuwe partners verstevigd.
2. Verdere uitbouw van onze aandacht voor groei en verdeling in ontwikkelingslanden is essentieel. Moderne ontwikkelingssamenwerking kan nog meer als hefboom worden gebruikt om investeringen onder moeilijke omstandigheden op gang te brengen. Werk,werk,werk is net zo essentieel in de armste landen.
3. De strijd tegen corruptie wordt opgevoerd. Er worden scherpe voorwaarden verbonden aan begrotingssteun. Goed bestuur helpt enorm voor ontwikkeling en daarom dienen we verder te investeren in de opbouw van de rechtstaat, maatschappelijke organisaties en een goed functionerende overheid. ‘Zero tolerance’ ten aanzien van corruptie bij projecten en programma’s blijft het beleid.
4. De PvdA en de EVS als ijzersterke beweging voor ontwikkeling staan historisch voor coherentie en internationale samenwerking. In het vorige programma stond al dat we een Minister van Internationale Samenwerking willen. De drie grote problemen van deze tijd: het klimaatprobleem, vrede en veiligheid en het armoedevraagstuk maken dit meer dan ooit nodig. Die Coördinerende Minister moet zorgen dat in de Treveszaal een effectieve Nederlandse globaliseringagenda wordt gemaakt en dat hij of zij beschikt over duurzame kennis en dus gaat over eigen personeel. We staan dus voor een Minister met portefeuille die minimaal over 0.8% officiële ontwikkelingsfondsen beschikt.
Er is meer te zeggen, maar we moeten aan het werk. Deze vier punten zijn een voorzet. U bepaalt welke bal ingekopt wordt straks. En ik weet dat er goede Afrikaanse spelers in het veld zijn gebracht. Het wordt een prachtige dag met mooie discussies en debatten. Vandaag beginnen we hoop ik een alliantie, gebaseerd op passie en principe,voor de rechte rug bij tegenwind, juist nu, als het nodig is.
Dank U wel.